Het verloop van de bevalling

Iedere bevalling is uniek maar over het algemeen geldt:
De bevalling bestaat uit twee gedeelten: de ontsluitingsfase en de uitdrijvingsfase.
Tijdens de ontsluitingsfase krijg je weeën, een soort buikpijn die ook uit kan stralen naar je rug en/of benen. De pijn komt en gaat, in het begin is het vaak nog niet nodig om je (bijvoorbeeld door te puffen) te concentreren op de pijn. Op een gegeven moment (en dat kan zeker bij een eerste kind enkele uren duren) worden deze weeën pijnlijker en houden ze langer aan. Ook komen ze steeds vaker. Een warm bad/douche of lekker in bed kruipen met een warme kruik kan wat verlichting geven. Soms kun je wat dik slijm of vruchtwater verliezen. Vruchtwater wordt steeds weer aangemaakt dus dat blijft steeds aflopen. In je kraampakket vind je groot verband wat je dan kunt gebruiken.
De weeën die je voelt zorgen ervoor dat de baarmoedermond ontsluit, een vervelende maar noodzakelijke fase.
Mocht dit proces te lang duren of heb je behoefte aan pijnstilling, dan gaan we met je naar het ziekenhuis waar je medicijnen kunt krijgen om de weeën sterker te maken en/of pijnstilling om ze beter te kunnen verdragen.
Als je 10 centimeter ontsluiting hebt gaan de weeën vaak over in persweeën en dan ben je aangekomen bij de uitdrijvingsfase: je mag gaan persen. Persen kun je op vele manieren doen; staand, liggend, hand en knie-houding, in water of op de baarkruk. We zullen je voorstellen wat voor jou het beste op dat moment is.
Zodra je baby geboren is en een goede start heeft (we geven direct al een rapportcijfer!) kunnen jullie hem of haar op jouw buik bewonderen. Tussendoor laten we de placenta geboren worden en houden we jou en de baby goed in de gaten.

Je hebt een geweldige klus geklaard!


Meer informatie is te vinden in de folders van de 'Jouw bevalling-serie': 'Hoe bereid je je voor?', 'Welke houding past bij jou?' en 'Hoe ga je om met pijn?'